• Dionne Puyman bestuurslid HockeyClub Houten

    John van Amerongen

Dionne Puyman van Hockeyclub houten wil ontwikkelen en verbeteren

HOUTEN De Algemene Ledenvergadering van Hockeyclub Houten heeft Dionne Puyman in mei officieel geïnstalleerd als bestuurslid. Ze draait al sinds januari mee in het bestuur van de Houtense hockeyvereniging. De hockeyclub ervaart ze als een familieclub. "Dat was zo op de Steenen Poort en het is nog zo, maar de vereniging is wel meer een bedrijf geworden op het de Meerpaal." De vereniging is met rond de 1600 leden dan ook erg groot. "Als ik zie met hoeveel plezier kinderen op het veld staan, wat ze er ook van leren. Dat vind ik er heel leuk aan. Daar word ik heel blij van." Ze wil dingen verbeteren.

John van Amerongen

"De hockey heeft er aan bijgedragen dat ik met plezier in Houten woon. Het is ontzettend leuk. Je komt veel mensen tegen. Verschillende mensen. Je kunt echt verschil maken. Als je kijkt wat we voor elkaar krijgen."

WEER HOCKEYEN Toen haar oudste zo'n 8 jaar geleden ging hockeyen in Houten is ook zijzelf weer gaan hockeyen. Ze waren enkele jaren daarvoor uit Utrecht naar Houten verhuisd. Ze speelde zelf vanaf haar tiende hockey in Waalwijk, maar stopte op haar achttiende toen ze ging studeren in Utrecht. Haar drie kinderen en haar man hockeyen ook bij de club. Haar man coachte ook. "Als het hele gezin er rondloopt dan voel ik me verantwoordelijk om ook iets op te pakken. Je ziet veel. Je hebt ideeën. Je ziet als ouder dingen gebeuren, waarvan je denkt: 'Dat kan anders'." Ze vond het te makkelijk om dan als ouder vanaf de zijlijn te roepen, maar vindt dat ze dan ook zelf wel iets kan doen. Zo had ze het idee dat de breedtesportgroep niet zo goed gefaciliteerd werd als de meer op topsport gerichte groep. Daar heeft ze op zich begrip voor, het onderscheid ook, maar ze vindt dat het voor de breedtesport beter zou moeten kunnen. "Het plezier van alle hockeyers staat voorop."

ONTWIKKELEN Ze heeft de hockeyontwikkeling in haar portefeuille als bestuurslid. "Dan ga je kijken wat er verbetert kan worden, hoe we het verder kunnen ontwikkelen." Ze kan dus volop met haar ideeën aan de slag. Ze realiseert zich dat dat allemaal niet in eens kan, maar vertelt enthousiast dat er wel dingen verbeterd worden. Dat betekent dat er weleens moeilijke gesprekken moeten worden gevoerd met vrijwilligers die met passie en met alle goede bedoelingen zich inzetten, maar soms toch gesproken moet worden over hoe iets beter kan. "Dat moet je dan niet uit de weg gaan." Ze vindt dat wanneer je in het oog houdt dat de hele club draait op vrijwilligers die allemaal hun best doen en het plezier van de hockeyers en ook de sportiviteit in het oog houdt, er best gesproken kan worden over hoe zaken beter kunnen. "Het gaat om die kinderen, om dat team." Ze wil ook actief twee keer per jaar de tevredenheid onder de leden gaan peilen. Ze vroeg zich altijd af of de geluiden van ouders ook het bestuur bereiken. Voor haar bestuurslidmaatschap was ze al enkele jaren actief als vrijwilligster bij de club. Ze was enkele seizoenen coach van jeugdteams en coördinator bij de trimhockeyers en organiseerde ook toernooien.