'Veiligheid rond het spoor niet in het geding'

Vragen over gebrekkige informatievoorziening vervoer gevaarlijke stoffen

D66 stelde enkele weken geleden vragen over dit onderwerp aan het gemeentebestuur. Sinds de spoorverdubbeling is het aantal goederentransporten toegenomen, en daarmee ook het vervoer van gevaarlijke en risicovolle goederen. Om bij eventuele calamiteiten goed te kunnen handelen in een dichtbevolkt gebied rond de spoorbaan, is het nodig om direct te weten wat de lading van de trein is.

Uit het ILT rapport bleek dat vorig jaar in veertien gevallen niet duidelijk was wat er precies in de wagons zat, ondanks een speciaal daarvoor ontwikkeld informatiesysteem. In het antwoord aan D66 schrijft het college: "Uit het vervolgonderzoek blijkt dat bij incidenten de snelheid van beschikbaarheid van informatie in de loop der jaren sterk is verbeterd, maar dat de informatie over de lading nog niet honderd procent accuraat is."

D66 was nieuwsgierig in hoeveel van die veertien gevallen uit het rapport de bewuste trein door Houten is gereden. Daarop valt volgens het college geen antwoord te geven, omdat het bewuste informatiesysteem bedoeld is voor de monitoring van vervoersbewegingen en ladingen op emplacementen, en niet op de spoorbaan. Uit het rapport kan dus niet worden geconcludeerd dat van een doorgaand transport de informatievoorziening niet op orde was. Voordat een trein een emplacement verlaat, wordt deze altijd nog gecontroleerd.

"De Veiligheidsregio Utrecht is verantwoordelijk voor de rampenbestrijding bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen", zo laat het college tot slot aan D66 weten. "De VRU heeft aangegeven dat het rapport van de ILT geen aanleiding geeft voor twijfel over kwaliteit van de informatievoorziening van doorgaande transporten van gevaarlijke stoffen. De VRU is dan ook niet van plan hierop actie te ondernemen. Wij sluiten ons daarbij aan." (SV)