Tijd dwingt raad vooruit te lopen op gevoelige materie

Vaststellen aangepast bestemmingsplan Laagraven Oudwulverbroek leidt tot nieuw debat over spuitzones

Wethouder Geerdes legde uit dat de procedure rondom dit bestemmingsplan in een tijdsklem is gezet door de Raad van State. Deze vernietigde het bestemmingsplan vorig jaar op onderdelen, onder andere vanwege bezwaren van een fruitteler tegen het toen opgevoerde spuitzonebeleid. De gemeente moest haar huiswerk overdoen, maar wel binnen twintig weken.

Vervolgens oordeelde de Raad van State recent ook negatief over een bestemmingsplan in Tull en 't Waal, nu vanwege het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van de spuitzoneregeling. Intussen ligt er nu een ontwerpnota 'Gewasbescherming en Ruimtelijke Ordening' ter inspraak die dit voor de hele gemeente goed moet regelen. 'Rapport Tholen' werd na de recentste uitspraak van de Raad ter onderbouwing van het beleid nog snel ingewisseld voor 'Rapport Nijmegen', maar de gebruikte methodiek om een volgens de wethouder voldoende veilige afstand te bepalen bleef gehandhaafd.

Omdat de tijdsklem voor het bestemmingsplan Laagraven Oudwulverbroek als een soort zwaard van Damocles boven de gemeenteraad hing, moest deze nu noodgedwongen toch vooruitlopen op het aangepaste spuitzonebeleid. Dit zorgde voor een flink debat: de nota ligt nog ter inspraak, moet nog inhoudelijk worden besproken en uiteindelijk goedgekeurd door de gemeenteraad. Een vreemde situatie, waar raad en college zich goed van bewust waren. Wethouder Geerdes kon er weinig anders van maken, en de raad nam alvast maar een voorschot op het debat dat eigenlijk in een later stadium nog gevoerd moet worden.

De hoofdvraag bij het debat ging over het voorstel dat de raad eerder aannam om voor het hele Houtense grondgebied te komen tot een standaardafstand van 50 meter. Als er van die afstand wordt afgeweken moet goed worden onderbouwd waarom dat veilig kan, en welke extra maatregelen daarvoor nodig zijn zoals een windhaag of driftbeperkende spuittechnieken. Een minderheid van de raad, GroenLinks, ITH en één D66-raadslid, was van mening dat het nu voorgestelde beleid op basis van het Nijmeegse rapport daar geen goede invulling aan geeft.

Wethouder Geerdes legde uit dat voor een gevoelig object met een afstand van 50 meter of meer vanaf de erfgrens van een boomgaard waar gespoten wordt geen vergunning nodig is. Is die afstand korter, dan wordt met het rapport Nijmegen in de hand getoetst welke maatregelen nodig zijn om toch tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te komen. De tabel in de toelichting van het Nijmeegse rapport geeft echter aan dat zonder aanvullende maatregelen te treffen een afstand van 35 meter acceptabel is. Dat betekent dat als de afstand tussen de 35 en 50 meter ligt er wel een vergunning nodig is, die vervolgens zonder extra maatregelen te treffen kan worden verleend. Overigens zonder dat omwonenden daartegen op grond van de spuitzone bezwaar kunnen maken, want de afstand is immers getoetst. Bij een afstand korter dan 35 moet er fysiek wél iets gebeuren om de gezondheid van de omgeving voldoende te waarborgen.

Technisch gezien voert de wethouder hiermee het voorstel van de raad wel uit, maar in praktische zin blijft een spuitzone van 35 meter zonder aanvullende maatregelen (behalve een vergunningspapiertje zonder verdere consequenties) tot de mogelijkheden behoren. De Laat (D66): "Dit is ongeloofwaardig en biedt nog steeds niet voldoende waarborgen voor de gezondheid van onze inwoners." Van Doorn (ITH) noemde het beleid een "eenzijdige tegemoetkoming aan fruittelers, waarbij inwoners het nakijken hebben."

De rest van de raad, inclusief de overige D66-raadsleden, ging vanwege de grote druk op het hele proces - duidelijk schoorvoetend - toch maar akkoord met het aangepaste voorstel voor dit specifieke bestemmingsplan. Echter wel onder de voorwaarde dat het spuitzonebeleid waarop hiermee vooruitgelopen wordt nog onverminderd ter discussie staat als de Nota Gewasbescherming en Ruimtelijke Ordening aan de orde komt.

Omdat er verder geen wettelijke mogelijkheden zijn om de minimale 50 meter of het treffen van maatregelen af te dwingen, blijft er volgens Geerdes geen andere mogelijkheid over dan in gesprek te blijven met de fruitsector over hoe de gezondheid voor de buren van boomgaarden toch zo goed mogelijk kan worden gegarandeerd. Dit is dan helemaal afhankelijk van de bereidwilligheid van de fruitsector en de telers. Hierin moet Houten een koppositie innemen, en desnoods nog maar een keer bakzeil halen bij de Raad van State: dat is volgens de wethouder de enig overblijvende manier om toch zo goed mogelijk te zorgen voor de gezondheid van burgers, zonder de economische belangen van de fruitsector te schaden.

Pas als er harde wetenschappelijke bewijzen zijn voor eventuele nadelige gezondheidseffecten die toegeschreven kunnen worden aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op (te) korte afstand kunnen de grenzen op een juridisch houdbare manier worden bijgesteld. Aan zo'n onderzoek wordt door de Universiteit van Wageningen in opdracht van de Gezondheidsraad hard gewerkt, maar het kan nog jaren duren voor dat is afgerond. Tot die tijd zal de gemeente Houten het wat betreft de gewraakte spuitzones met de huidige 'trial and error' methode moeten stellen.

Maandagavond kwamen belanghebbenden bijeen op een door de gemeente belegde informatieavond over de ontwerpnota Gewasbescherming en Ruimtelijke Ordening. Fruittelers, omwonenden en politici kregen uitleg over de nu gevolgde systematiek (rapport Nijmegen) en gingen met elkaar in gesprek over hoe een convenant ter bescherming van de gezondheid tussen omwonenden en fruittelers eruit zou moeten zien. Er werd hard gewerkt aan een stukje toenadering, het kwam erop neer dat buren (fruittelers en omwonenden) meer met elkaar moeten praten over wat er speelt en wat de gevoelens zijn. (SV)