Stirling bommenwerper in 1943 neergestort in 't Goy

Hieronder kort het verhaal zoals overgenomen uit het boek 'Houten 1940-1945' door Otto Wttewaall en verkregen via Antoon Meijers uit Houten die als hobby de luchtoorlog en luchtgevechten boven Nederland bestudeerd. In totaal keerden 31 bommenwerpers niet terug van deze aanval op Dortmund, waarvan er 16 in ons land neergestort zijn.

Met een enorm gebrul begonnen op dinsdag 4 mei 1943 om tien uur 's avonds op diverse Britse vliegvelden de eerste vliegtuigmotoren van in totaal 596 bommenwerpers zich warm te draaien. Het Bomber Command van de geallieerden had voor de nacht van 4 op 5 mei weer een omvangrijke operatie opgezet, met dit keer als doel een bombardement op Dortmund, gelegen in het Roergebied.

Tot dan toe waren er in één nacht nog niet zoveel bommenwerpers tegelijk naar een enkel doel uitgestuurd. Van het 15e squadron van 3 group, afkomstig van de vliegbasis Mildenhall, is op 5 mei een Short-Stirling Mk III-toestel op de terugtocht naar Engeland, om ongeveer 1.45 uur, door een Duitse nachtjager neergeschoten. Deze bommenwerper, van het type B-1, met serienummer BK-782 en de roepnaam (codenummer op de romp) LS-X, is toen brandend neergestort op de noordelijke dijk van het Amsterdam-Rijnkanaal, tussen de boerderij van Gert Hoogland (Beusichemseweg 65) en de boerderij 'De Hoogt' van Vernooij (Beusichemseweg 138). Op twee na werden alle bemanningsleden in of bij het wrak dood aangetroffen. Twee bemanningsleden waren zwaar gewond en wisten zich op enkele honderden meters afstand te verbergen in een ankerput langs het kanaal. Hier zijn zij aan hun verwondingen overleden en later op de dag teruggevonden.

De Duitse Feldgendarmerie en het bewakingscommando, dat later die dag arriveerde, weigerden mee te werken aan een onderzoek naar de identiteit van de slachtoffers. Toch lukte het de namen van enkele leden van de bemanning te weten te komen. Op de lijkkisten werden namelijk met krijt de namen geschreven. Omdat de wacht niet toestond dat er iets opgetekend werd, werden achteraf notities gemaakt. Vanuit Engeland kon na de oorlog alsnog achterhaald worden dat de bemanning bestond uit: piloot officier Thomas Edward Emberson; navigator luitenant William Crichton Lambie; boordwerktuigkundige sergeant Herbert George Brown; navigator-bombardier sergeant George Rutherford; radioboordschutter sergeant George Albert Rodway; boordschutter sergeant Herbert Gladstone Mugridge; boordschutter sergeant Peter Frederick Hanberger. Alle bemanningsleden werden op 7 mei 1943 begraven op de algemene begraafplaats 'Rusthof' in Oud-Leusden bij Amersfoort. Na de oorlog zijn de graven aangeduid als graf 99-105, plot 13. (JvA)