Raad stelt Participatieverordening vast

In de Participatieverordening gaat het vooral om de re-integratie op de arbeidsmarkt van mensen met een bijstandsuitkering. Gemeenten zijn verplicht hierin te ondersteunen, en in het Houtense geval moet WIL deze taak gaan uitvoeren. Om dit doeltreffend te kunnen doen wordt onderscheid gemaakt tussen diverse doelgroepen, die het beste ieder op een eigen passende manier aan werk geholpen kunnen worden. Denk aan jongeren en starters op de arbeidsmarkt die geen baan kunnen vinden, vijftigplussers die hun baan zijn kwijtgeraakt en moeilijk weer aan de slag komen, maar ook aan mensen met een grote of kleine arbeidsbeperking, en aan mensen zonder arbeidsvermogen. Als deze mensen een bijstandsuitkering hebben, moet de gemeente daar volgens de Participatiewet actief mee aan de slag.

De verordening regelt onder andere dat er beschutte werkplekken kunnen worden georganiseerd voor mensen die door een beperking van welke aard dan ook alleen met bijzondere begeleiding aan de slag kunnen. In de verordening is hiervoor nog geen concreet plan opgenomen omdat hierover in WIL-verband nog een onderzoek loopt. GroenLinks noemde dit evenals de ChristenUnie een zorgpunt, omdat sinds de invoering van de Participatiewet er geen nieuwe instroom in de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) meer mogelijk is, en er dus een gat dreigt te ontstaan. De cliëntenraad benadrukte in haar advies dat iedereen gelijke kansen moet hebben ongeacht de verdiencapaciteit, en er dus voor de groep mensen die hierop is aangewezen wel iets geregeld moet worden. Wethouder Van Dalen beloofde in de tweede helft van dit jaar een plan op tafel te hebben.

De rest van het debat over de Participatieverordening werd overheerst door een voorstel dat door VVD en SGP werd ingediend over de verplichte tegenprestatie die een bijstandsgerechtigde moet leveren zolang er nog geen betaalde job is gevonden. Hiermee moet worden bereikt dat mensen met een bijstandsuitkering toch meedoen in de samenleving en zich op welke manier dan ook nuttig maken. Dit is in de verordening al geregeld, alleen wilden VVD en SGP expliciet opnemen dat een passende sanctie wordt opgelegd als - door onwil - niet aan deze verplichting wordt voldaan. Wethouder Van Dalen ontraadde het voorstel, omdat WIL voldoende mogelijkheden heeft om met een dergelijke situatie om te gaan. Het voorstel kreeg dan ook verder geen bijval en werd verworpen. De Paricipatieverordening werd daarop ongewijzigd door de raad vastgesteld, en is daarmee met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 in werking getreden. (SV)