• Frank Magedlyns, de man achter OudHouten.nl, bij de ingemetselde herinneringssteen.

    Agnes Corbeij
  • De herinneringssteen

    Agnes Corbeij

Plundering 't Waal 450 jaar geleden

TULL EN 't WAAL Vandaag is het precies 450 jaar geleden dat het dorp 't Waal door een roversbende werd geplunderd. Het enige wat daar vandaag de dag nog aan herinnert, is een ingemetselde steen met het jaartal 1567 in de zuidmuur van de kerk in het huidige Tull en 't Waal.

Frank Magdelyns en Agnes Corbeij

Tull en 't Waal bestond in die tijd uit een lintdorpje 't Waal in het westen en het boerengebied Tull in het oosten. Omdat het allemaal onder hetzelfde gerecht hoorde en dezelfde kerk en dezelfde korenmolen, zijn Tull en 't Waal geleidelijk samengesmolten tot één geheel.

Op 4 januari 1567 kregen de machthebbers in Utrecht te horen dat er vreemde krijgslieden in Hagestein waren gezien. Het gerucht ging dat deze mannen in dienst zouden staan van Hendrik van Brederode uit Vianen. Brederode ontkende direct zijn betrokkenheid.

ROVERSBENDE Een week later op 11 januari 1567 januari trok een paar honderd man de Lek over naar 't Waal. De mannen waren geworven in Antwerpen door Geuzenkapitein Adriaan Menninck en hadden in de eerdere maanden meegedaan met de Beeldenstorm. Ze hielden huis in 't Waal en betrokken de huizen.

De bewoners moesten de rovers van drank en spijzen voorzien. Of de mannen zich aan vrouwen vergrepen vertellen de bronnen niet, maar dat hoorde wel bij dergelijke plunderingen. Vermoedelijk werd ook de kerk vernield, aangezien daar een herinneringssteen werd ingemetseld. Ook was de aanvoerder van de bende al een jaar kerken aan het vernielen in het kader van de Beeldenstorm.

SLUIPROUTE Een lid van het Utrechts bestuur, Jan van Lent, liet een kennis via een sluiproute het dorp verkennen. Deze vertelde hem dat de bezetters slecht bewapend waren. Van Lent informeerde het stadsbestuur. Hij vermoedde dat deze manschappen voorbereidingen troffen om rovend over het platteland te trekken. Hij adviseerde de boeren te mobiliseren, de kerkklokken van Jutphaas, Houten, Schalkwijk, Werkhoven en Bunnik te luiden en met de Utrechtse manschappen de slecht bewapende roversbende aan te vallen.

De volgende dag trok de Utrechtse hopman Spyker met zijn manschappen naar 't Waal. Tegelijkertijd werden in Jutphaas de klokken geluid en de boeren van Jutphaas gemobiliseerd. Die hadden echter weinig zin in een gevecht. Gelukkig hoefden zij niet in actie te komen. Bij het zien van de Utrechtse manschappen bleken de rebellen snel over de Lek naar Vianen te zijn gevlucht. Enkele rebellen werden gevangen genomen. 's Middags kregen de Utrechtse manschappen assistentie van ruiters van de Prins van Oranje. Maar ook die waren niet meer nodig.

GELOOFWAARDIGHEID In Vianen aangekomen werden de rovende mannen niet tot de stad toegelaten. Brederode ontkende wederom betrokken te zijn. De rovers dwongen Menninck te vertellen voor wie ze wel werkten. Hij noemde daarop de naam: 'Jan van Marnix, heer van Toulouse' en stelde voor om Dordrecht aan te vallen. Menninck had zijn geloofwaardigheid verloren, de rovers geloofden het allemaal wel en de bende viel uit elkaar.