• Veel vrije tijd heeft Anja niet, maar als ze opstap is, maakt ze graag foto's.

    Irene van Valen

Kettinggesprek - Anja Reijersen van Buuren ,,Ik ben zelden vrij"

HOUTEN De zorg om vijf kinderen, waarvan twee pleegkinderen, het huishouden en vooral haar studie, kosten veel tijd. Daarnaast werkt Anja Reijersen van Buuren samen met haar man Wim Diepeveen aan het realiseren van hun droom, het gezinshuis De Grote Geer in wijk de Sloten. Het bestemmingsplan lag tot 11 december ter inzage. Het wachten is op volledige goedkeuring.

Door Irene van Valen

Gisèle Landman vroeg wat je persoonlijke drijfveer is om te kiezen voor pleegzorg? Als kind fantaseerde ik over zwerfkinderen die langs de weg zaten en nam ze mee naar huis. Ik hield altijd al van kinderen. Ik werd tante op mijn veertiende en paste graag op. Tijdens mijn verkeringstijd met Wim namen we kinderen mee naar de dierentuin. Op mijn negentiende trouwden we. Ik kreeg twee miskramen waarna een operatie volgde. In Terneuzen, waar wij woonden, gaf ik naschoolse opvang aan drie adoptiekinderen. Hun moeder was overleden. Naast eigen kinderen wilden wij ook kinderen adopteren en startten een adoptieprocedure. Toen ik opnieuw zwanger raakte en we ons eerste kind kregen, werd die procedure, zoals gebruikelijk is, een jaar stopgezet. Daarna besloten we tot pleegzorg. Een cursus en gezinsonderzoek volgden. In 2001 kregen we de eerste aanvraag voor langdurige pleegzorg van een kind. Sindsdien vingen we 42 kinderen op. We zien het als Gods roeping om kinderen in nood op te vangen. Voor hen iets te betekenen geeft veel voldoening. Hadden we maar meer ruimte in huis, dan deden we meer. We krijgen elke week aanvragen. Er is echt een tekort aan pleeggezinnen.

Waarom ben je gaan studeren? Wij hebben een SKJ erkenning, maar om deze te behouden en om een zelfstandig gezinshuis te starten heb ik de HBO opleiding social work nodig. Deze vierjarige opleiding mag ik een half jaar verkorten, omdat ik doktersassistente was. Eens in de drie weken heb ik een schooldag en mijn werk voor het Gezinshuis is mijn stage. Ik onderzoek voor een schoolopdracht of de wijk behoefte heeft aan een buurthart. Die kennis gebruik ik voor het gezinshuis. Gemaakte hulpverleningsplannen kan ik direct gebruiken. Deze opleiding vraagt om veel zelfstudie, daarom liggen mijn studieboeken altijd open. Ieder vrij moment, al zijn het vijf minuten, studeer ik.

Hoe voelt het om te studeren als 42-jarige? Ik ben de jongste van mijn klas. Wij zijn de generatie die nieuwe kansen krijgen. Ik moedig iedereen aan die mogelijkheid te benutten. Studeren is groei, vraagt inzet, geeft stress bij een toets, maar is bovenal ontzettend leuk. Je leert nieuwe dingen en ontdekt jezelf en anderen.

Heb jij nog tijd voor jezelf? Ja, als de kinderen naar school zijn. Soms pakken Wim en ik de fiets en drinken ergens koffie. We zitten op stijldansen en nemen één keer per jaar een paar dagen vrij. Als het gezinshuis open is hopen we één weekend per zes weken en in vakanties een paar dagen er tussenuit te gaan. Fotografie heeft mijn hart, maar het kwam er niet meer van. Op mijn verjaardag kreeg ik een nieuwe spiegelreflex camera. Nu maak ik tijdens uitstapjes foto's. Ik vind het heerlijk.

Hoe staat het met het Gezinshuis? We hopen in april 2020 te starten met (ver)bouwen. Het is een lang proces, maar zijn al zo ver. Daarom geloof ik in een goede afloop. Helaas blijken de bouwkosten hoger uit te pakken. Dat hopen we via fondswerving op te vangen, anders kunnen we het Bouwhuys niet bouwen. Van daaruit willen we een buurthart creëren en activiteiten voor en door de wijk ontplooien. Denk aan buren of onze jongeren die koken voor de wijk, een speelruimte voor jongeren met bijvoorbeeld een pool- en tafeltennistafel en een werkplaats. Tijdens een participatiebijeenkomst leerde ik buurtgenoten kennen en ontdekte dat veel mensen hun buren en een enkeling uit het blok kennen, maar daar houdt het op. Ikzelf ken ondertussen meerdere mensen uit de wijk en zie bijvoorbeeld waar eenzaamheid speelt. Ik hoop dat het gezinshuis de buurt beter zal maken.

Wie gaan het Gezinshuis leiden? Dat doen Wim en ik. Wim buigt zich over de organisatorische zaken en ik ben verantwoordelijk voor de zorgkant. Om zich meer te richten op het Gezinshuis heeft Wim zijn veiligheidskundig en milieukundig adviesbureau afgeslankt en wil het zelfsturend te maken. Hij is thuis wanneer de kinderen thuis zijn. Wat betreft het Gezinshuis zullen wij waar nodig pedagogische medewerkers, stagiaires en vrijwilligers inzetten. Er komen twee kamers met een keuken en sanitair voor stagiaires.

Naar wie stuur jij me voor het volgende Kettinggesprek? Je mag naar mijn zus Wilma Reijersen van Buuren. Zij begeleidt mensen door middel van dieren. Mijn vraag aan haar is: Wat maakt de combinatie van mens en dier zo mooi?