Houtense veteranen: militair in UNIFIL in Libanon

Vrijheid: "Ik vind het niet meer dan normaal. Je moet er wel voor waken dat dat zo blijft."

Willem was net twee dagen 20 toen hij als dienstplichtig militair op het vliegtuig naar Libanon stapte. Hij was op missie van begin maart en kwam eind september 1980 weer thuis. Zijn missie duurde langer dan zijn diensttijd en hij was met een contract langer aan het leger verbonden om de missie uit te kunnen dienen. Dat heette vrijwillig nadienen. Hij was gelegerd in Harris, het hoofdkwartier van Dutchbat zoals het Nederlandse contingent van UNIFIL werd genoemd. De United Nations Interim Force in Lebanon, of Interim-vredesmacht van de VN in Libanon in het Nederlands, moest de strijdende partijen in het grensgebied van Israël en Libanon uit elkaar houden.

KADI

"Ik had daar een waanzinnig leuke tijd. We deden met drie man de KADI inkoop. De leuke dingen onthoud je altijd." KADI staat voor Kantinedienst. Willem ging dus regelmatig naar Beirut om inkopen te doen; frisdrank, sterke drank, bier, sigaretten, dat soort dingen, voor de diverse kantines in het Nederlandse kamp. Ze kochten in bij plaatselijke mensen. Ze brachten op zo'n trip militairen die met verlof gingen naar het vliegveld en haalden ook de post voor de manschappen op. De verlofgangers die terug kwamen overnachtten in Beirut en werden opgehaald.

Mentaliteit

"Ik was 2 dagen 20 toen ik op dat vliegtuig stapte. Dan kom je in een andere wereld. Vanuit een burgerbestaan in het militaire leven, maar vooral ook in een andere mentaliteit daar", zo verduidelijkt hij. "Op het oog veel meer armoede. Als ze met zijn tweeën waren, was er niks aan de hand, maar kwamen ze met zijn zessen dan durfden ze te etteren", zo omschrijft hij de mentaliteit. "Dat kwam regelmatig voor in het dorp. Misschien wel begrijpelijk als je veel in oorlogsomstandigheden leeft." Hij vertelt ook dat de dood van een kind door een ongeval met een vrachtwagen door toedoen van een Nederlandse soldaat werd afgekocht met 10.000 dollar. "Het was een meisje." De rust was hersteld, na deze transactie. Hij kan daar niet bij, dat dat zo kon. "Nu word je tig keer beter voorbereid en beter opgevangen", zo zegt hij over op missie gaan.

Terugschieten

Het dagelijks bestaan in Libanon bestond voor Willem dus uit het doen van inkopen en uitgeven van spullen voor en in de kantine en wachtlopen. Af en toe was hij ingedeeld bij de ondersteuningsgroep die gereed stond om bij noodgevallen andere UNIFIL-militairen te hulp te schieten. Hij heeft in zijn tijd in Libanon wel eens geschoten. Dat was een kwestie van terugschieten waarbij de vijand vaak niet eens goed zichtbaar was. Soms was er dus wel sprake van dreiging. Dat schieten was volgens Willem vooral ter afschrikking. Zo deden ze ook regelmatig schietoefeningen om goed te kunnen blijven schieten en om te tonen dat ze goed bewapend waren.

Sfeer

De onderlinge sfeer onder de Nederlandse militairen was volgens Willem heel goed. "Dat was altijd heel snel. Je moest vertrouwen hebben in elkaar." Ze moesten van elkaar op aan kunnen. Willem verloor één kameraad tijdens zijn missie, maar dat was niet door oorlogshandelingen. Deze militair werd ziek en is uiteindelijk overleden. Tot op de dag van vandaag weet Willem nog niet wat de doodsoorzaak was. "Dat had hele grote impact."

Veranderd

Het is Willem vooral bijgebleven dat hij heel veranderd teruggekomen is. "Veel rustiger." Gevormd door hetgene hij heeft meegemaakt, zo denkt hij. Vooraf zenuwachtig, daar veel rustiger. "Ik raak nou niet echt meer gauw in paniek. Je denkt over meer dingen na. De tegenstellingen zijn daar veel groter. Het contrast tussen Libanon en Israël was groot. Hoe het land er uit zag." Sinds die tijd is Willem graag zelfstandig bezig en minder graag afhankelijk van anderen.

Vrijheid

"Ik vind het niet meer dan normaal", zo zegt hij, wanneer gevraagd wordt naar hoe hij vrijheid beleefd. "Je moet er wel voor waken dat dat zo blijft."(JvA)