• Het smidsvuur in 't Goy met Harry Kuiper (inzet)

    Frank Magdelyns
  • Beregeningsinstallatie in 1959

    Archief familie Kuiper
  • Wagenmakerij Kuiper

    Archief familie Kuiper

Houten Toen: De smid van 't Goy

HOUTEN Vijftig jaar was de smederij van Louis Kuiper het centrum van het Goyse dorp. Boeren en burgers uit de omgeving kwamen voor zijn diensten naar het Groenedijkje. Nu 50 jaar later houdt zoon Harry Kuiper de geschiedenis aan de smederij levend.

Frank Magdelyns

In de voormalige smederij is nog steeds een smidsvuur te vinden. ,,Normaal staat een smidsvuur in het midden, maar ik heb hem naar de hoek verplaatst. Ik wil in deze ruimte ook andere dingen doen", zegt Harry Kuiper. Hij vertelt hoe het oude smidsvuur van zijn vader op was. ,,De balken waren verrot. Ik heb het zelf herbouwd met de kloostermoppen van het kasteel Ten Goye dat in de 16e eeuw is afgebroken."

Harry loopt op klompen door de oude smederij: ,,Dat is zo gegroeid. Een smid loopt altijd op klompen. Met vuur en hete en scherpe ijzerdeeltjes om je heen zijn klompen veilig. Ik ben een hobbysmid. Ik maak graag dingen". De ruimte is voorzien van een aambeeld en veel gereedschap. Maar beduidend minder dan zijn vader had, hetgeen destijds een onvoorstelbare hoeveelheid moet zijn geweest. Hij vertelt graag over de geschiedenis van de smederij. Hoe zijn grootvader op die locatie begon als wagenmaker, over de brand van 1917 die uitbrak bij de buren en oversloeg naar het huis van de familie Kuiper. Het is een dramatisch verhaal van zijn grootouders. Door gezamenlijk als familie de dingen weer op te pakken en met ondersteuning van goede buren in 't Goy kwamen ze het ten boven.

SMEDERIJ KUIPER Vader Louis Kuiper was zoon van de wagenmaker en kwam op 12-jarige leeftijd in het smedenvak terecht. Eerst in Werkhoven en later in Houten. ,,Mijn vader werkte in 1929 bij de smederij van Van Hengstum in Houten en kreeg te horen dat er in 't Goy behoefte was aan een smid. Hij begon zijn Goyse smederij in de wagenmakerij van zijn vader", vertelt Harry. ,,Hij heeft daar van 1929 tot 1970 van alles gedaan; kachels. fornuizen, het zelf maken van hoefijzers, paarden beslaan. Hij was een echte boerensmid, een manus van alles, wat zijn ogen zagen konden zijn handen maken. Ik heb meegewerkt als kind en vond het leuk en interessant. Ik deed hand-en-spandiensten in de smederij, bracht flessen butagas rond op de fiets en met Nieuwjaar ging ik langs de boerderijen met de rekeningen van mijn vader."

Trots vertelt hij hoe zijn vader in 1959 een beregeningsinstallatie in 't Goy aanlegde. ,,Het was een van de eerste beregeningsinstallaties in Nederland. Tot uit Groningen kwamen ze kijken. Er was namelijk ook gebruik gemaakt van kunststof pijpen en dat was nieuw. Die pijpen waren gelijmd en dan in combinatie met de hoge waterdruk was het bijzonder. De beregening werd gebruikt om weilanden te sproeien, want door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal was het waterpeil gedaald."

Harry wilde eerst zelf ook het smedenvak in. ,,Ik overwoog rondreizend hoefsmid te worden. Maar vanwege gezondheidsredenen is dat er niet van gekomen. Ik ben wel de techniek ingegaan. Ik heb werktuigbouwkunde en later bouwkunde gedaan. Ik ben o.a. technisch tekenaar geweest en bouwkundige bij het pensioenfonds van de NS."

BRAND IN 1917 De brand in 1917 is het meest indrukwekkende in de geschiedenis van de familie Kuiper. Zijn vader maakte op zijn 10e deze vuurzee mee. Harry weet er alles van. ,,De brand brak uit op Tweede Pinksterdag 1917 bij de buren. Mijn grootvader was wagenmaker. Mijn grootouders lagen rond 23 uur op bed en hoorden wat knetteren. Het bleek dat de oude smederij bij de buren in de brand stond. De smid was al verhuisd naar een nieuwe smederij, maar de oude was nog niet verdwenen. Onder hetzelfde dak sliep de familie Kuiper en vervolgens sloeg het vuur over naar de naastgelegen wagenmakerij en houtopslagplaats."

Met alleen een dorpspomp voor de deur en enkele emmers viel de brand niet te blussen. De oude smederij en wagenmakerij brandden af. Twee boerenwagens waar een jaar aan was gewerkt waren verbrand. Alleen één meubelstuk werd uit de brand gered. Pas diep in de nacht kwam veldwachter Van Arkel kijken. Die kwam lopend uit Houten, want hij kon niet fietsen. Uiteindelijk kwam 's ochtends rond 6 uur de brandspuit uit Houten. ,,De Goyse bevolking was niet te spreken over de trage gang van zaken en in de jaren erna ontstond een protestlied: de Goyse Fakkel. Het lied was een aanklacht tegen de bestuurders van Houten en werd regelmatig op bruiloften en andere feesten gezongen", vertelt Harry.

1e couplet:
Er is een drama afgespeeld niet mooi
  't was even over elven
Wij dachten nu verbrand het heele Goij
  Menigeen viel van zijn zelven
Naar Houten riepen wij allen luid
  Daar hebben zij een goede spuit
Maar d' Overheid die riep toen heel beslist,
  Ik zal zelf eens zien of 't  er in 't Goij wel water is.


BURENHULP De grootouders van Harry stonden na de brand berooid op straat. Maar de dorpelingen schoten te hulp. Gelukkig stond er een kleine woning in het dorp leeg, zodat er onderdak was. Ook werd er een fiets geschonken. ,,Mijn opa ging vervolgens naar Utrecht om nieuwe meubels te kopen. Ter hoogte van het Fort bij 't Hemeltje raakte hij in gesprek met iemand die tegen een boom pauze hield. Het bleek dat die man onderweg was van Beusichem naar Utrecht om de inboedel van zijn tante te verkopen. Na een gesprek keerden beiden om en schonk de man de inboedel van zijn tante aan zijn grootouders. Zelfs de kleding van de overleden tante had dezelfde maat, als die van zijn oma."

,,Een andere buurman stelde ruimte in boerderij Looyendaal beschikbaar waar mijn grootvader verder kon met de wagenmakerij. Ook mocht hij gereedschap uitzoeken dat werd betaald door die buurman. Ondertussen werd het huis weer herbouwd. Hiervoor zijn mogelijk de stenen gebruikt van de korenmolen uit Tull en 't Waal die rond die tijd is gesloopt." 

De nieuwe wagenmakerij functioneerde tot 1931. In 1929 begon zoon Louis Kuiper met de smederij.

Label:

Houten Toen