• Wikimedia.

Financiële buffer of spaarpot

HOUTEN Over die vraag werd tijdens de raadsvergadering van 10 juli, de laatste vergadering voor het zomerreces, uitvoerig gedebatteerd. Op de agenda van die avond staat het financieel kader voor de jaren 2019-2022. De raad moet dat kader vaststellen zodat het college weet hoeveel geld de komende periode uitgegeven mag worden bij het uitvoeren van dat programma.
Tijdens de vergadering gaat het vooral over één van de 'reservepotjes' van de gemeente. De coalitie kan niet overtuigend aantonen waarom daarin voor de komende jaren met minder geld kan worden volstaan.

Martin Monkel

KADER Gedurende deze zomerperiode stelt het college het programma voor de periode 2018-2022 op. Daarbij is het van belang te weten wat de financiële ontwikkelingen zijn en hoeveel geld beschikbaar is om dat programma uit te voeren. Omdat de gemeenteraad over het geld gaat moet deze het financiële kader vaststellen, voordat over dat programma wordt besloten. Bij het opstellen van dat kader geldt het 'bestaand beleid'. Men gaat uit van een reeds eerder vastgesteld en ongewijzigd programma, met uitzondering van de doorwerking van 'onvermijdbare ontwikkelingen'. Dat is meestal een financieel technisch proces dat weinig burgers aanspreekt. "Hoezo saai en technisch?" merkt echter de SGP op. "Als het college de ambitie heeft om meer vanuit de samenleving te gaan organiseren, dan moeten we de burger ook betrekken bij het opstellen van de begroting".
Berekend is dat het overschot in de begroting van komend jaar 0,8 miljoen euro bedraagt, wat in de jaren daarna aangroeit tot 1,3 miljoen euro voordelig. Daardoor ontstaat voor het college (extra) financiële ruimte om maatschappelijke ambities te realiseren.

BUFFER De gemeente moet rekening houden met financiële tegenvallers, eigenlijk net als iedere burger. Daarom is het van belang dat er een financiële buffer is of, anders gezegd, een 'spaarpotje voor magere jaren'. Dat is tijdens de crises wel gebleken. Eén van die zogenaamde gemeentelijke reserves is de "algemene (beklemde) reserve". Het geld uit deze reserve mag alleen worden aangesproken volgens "criteria die met de gemeenteraad zijn afgesproken." En juist daarover ontstaat tijdens de raadsvergadering een uitgebreide discussie. In 2017 is de ondergrens van deze reserve bepaald op 21,8 miljoen euro (20% van de begrote uitgaven). Nu is het voorstel deze grens vast te leggen op (absoluut) 20,0 miljoen euro. "Strijdig met de uitgangspunten van bestaand beleid" is het geluid van de oppositie. "Het doel van de reserve is onduidelijk" zegt D66, "is het nu een buffer of een spaarpot voor investeringen?" "De continuïteit staat op het spel", merkt de PvdA op, ook kijkend naar maatschappelijke instellingen op de publieke tribune. Met een amendement van de oppositie wordt voorgesteld het huidige financiële niveau te handhaven op 20%. Echter, de discussie gaat door. Na de reactie van wethouder Van Dalen, die toezegt in overleg te gaan met van Houten&co, de Bibliotheek en het Theater, dient de PvdA een motie in om nader onderzoek te laten doen naar het doel en de omvang van de betreffende reserve.

BESLUIT De raad stemt in met het financiële kader. Het amendement van de oppositie wordt verworpen met 15 stemmen tegen en 13 stemmen voor. De PvdA-motie wordt unaniem aangenomen.