• Evaluatie Windpark Houten wordt afgerond.

    Martin Monkel

Draaiprogramma Windpark Houten terug bij af

HOUTEN Halverwege 2018 is met de turbines van Windpark Houten een proef uitgevoerd met een zogenaamd 'aangepast draairegime'. Uit het onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat deze aanpassing niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Hoewel er sprake is van een (lichte) afname van het geluidsniveau, is dit niet terug te vinden in de beleving van de (direct) omwonenden. Het college heeft daarom besloten het aangepaste draairegime niet door te zetten. Er gaat een voorstel naar de raad om vast te houden aan het huidige (maatwerk) draaiprogramma en daarmee de evaluatie van Windpark Houten af te sluiten.

Martin Monkel

ONDERZOEK De Universiteit Utrecht heeft een belevingsonderzoek uitgevoerd naar de proef met een aangepast draairegime. Hiermee draaien de molens in principe overdag vaker en 's nachts minder volgens een speciaal draaiprogramma. Doel van het onderzoek is ,,het bepalen van de effecten van de genomen maatregelen op de ervaren (geluids)overlast in de nacht door omwonenden van het windpark''. De effecten zijn bepaald aan de hand van twee vragenlijsten, die voorgelegd zijn aan omwonenden binnen een straal van 1 km rond het windpark. Het gaat in dit geval om 862 huishoudens. De uitgezette vragenlijsten richten zich op de houding van omwonenden ten aanzien van het windpark, de ervaren overlast, de meningen over het permanent maken van het draaiprogramma zoals uitgevoerd tijdens de proef en het vertrouwen in de betrokken instanties.
Op verzoek van de gemeente Houten en Eneco zijn de resultaten uit de vragenlijsten toegespitst naar gebieden. Zo geldt bijvoorbeeld voor de 'eerste rang' de woningen in de wijk Polders/Waters, die direct bloot staan aan de turbines.

RESULTAAT Over het algemeen kan gesteld worden dat gedurende de afgelopen jaren de beleving van het windpark positiever is geworden. Er lijkt sprake te zijn van een trend, waarin de waardering van het park stijgt onder de omwonenden. Gedurende de proef met het aangepaste draairegime zijn echter de bewoners, die direct met het park worden geconfronteerd negatiever geworden.

Ten aanzien van de overlast volgt uit het onderzoek dat de hinder van het uitzicht en de het negatief ervaren van de slagschaduw behoorlijk is gedaald ten opzichte van eerdere metingen. Geluidsoverlast laat zich in dat verband lastiger vergelijken, omdat er in de afgelopen periode ook andere maatregelen zijn genomen (demper en uilenveren).  Het onderzoek concludeert dat direct omwonenden (Amsterdam-Rijnkanaal en 1e rang) een toename ervaren van de geluidsoverlast door bewegende wieken, ook gedurende de nacht. De ervaren overlast in de wijk als geheel is echter lager dan op basis van de proef verwacht zou mogen worden. Een meerderheid had geen hinder vóór de proef en ook niet tijdens de proef.

De meningen over het permanent maken van het aangepaste draairegime zijn sterk verdeeld. Van de direct omwonenden is meer dan de helft tegen voortzetting. Uit alle reacties tezamen volgt dat de voor- en tegenstanders elkaar met ca. 20% in evenwicht houden, maar dat bijna 60% aangeeft het niet te weten of geen mening heeft.

Tenslotte blijkt dat het vertrouwen in de betrokken instanties (gemeente Houten, Eneco, Gigawiek en de provincie Utrecht) gemiddeld vrij laag is. Eneco geniet het minste vertrouwen van de omwonenden.

BESLUIT De Universiteit Utrecht adviseert geen vervolg te geven aan het aangepaste draairegime. Het college beschouwt deze proef als laatste activiteit om de evaluatie van het windpark af te ronden. Het advies van het college wordt geagendeerd voor de gemeenteraad van 12 maart a.s. Daarvoor kunnen belanghebbenden op 19 februari a.s. inspreken tijdens een rondetafelgesprek (RTG). Inmiddels heeft Eneco laten weten dat zij zich kan vinden in het advies van de universiteit.