• Sam van Lingen bij zijn Alfa uit 1963

    Frank Magdelyns
  • ANWB archief

De steun van de Houtense wegenwacht, "Ik wilde geen nee verkopen"

HOUTENTussen 1964 en 1972 kende Houten een eigen wegenwachtstation. Vanuit deze uitvalsbasis bediende de ANWB de automobilist met pech in Midden-Nederland. Garagehouder Sam van Lingen ondersteunde dag en nacht de wegenwacht. "Alles wat niet meer kon rijden haalden we op en brachten we naar Houten."

De wegenwachtpost was gevestigd bij de afslag Houten, langs de snelweg van Den Haag naar Arnhem. Het houten ANWB-gebouwtje was voorzien van een indrukwekkende 40 meter hoge antennemast, waarmee de centralist de wegenwachters dag en nacht kon bereiken.

Frank Magdelyns

Maar wanneer de wegenwacht een auto niet aan de praat kreeg, kwam Sam van Lingen in beeld.

Samen met zijn broer had hij een garage op de Herenweg, op enkele minuten rijden vanaf het wegenwachtstation. "Ik was erg enthousiast. 's Nachts mochten ze mij bellen en in het weekend ook. Andere garages in de omgeving hielpen dan juist niet. Alles wat de wegenwacht niet kon maken, kwam naar ons toe. We haalden auto's op tussen Bodegraven en Ede en tussen Abcoude en Zaltbommel", herinnert van Lingen zich. Vooral in de tweede helft van de jaren zestig was het druk.

Vaak was er probleem met de ontsteking van de motor of de tandwielen van de distributie. "Ik had hele stapels tandwielen op voorraad. Die waren van textiel en lijm en wanneer een motor kracht moest zetten, was de kans groot dat er een tand van het tandwiel afbrak." Van Lingen denkt aan de Duitse vakantiegangers die vanaf de Heuvelrug kwamen rijden. "Wanneer een auto eenmaal rijdt is er niets aan de hand, maar op Oudenrijn moesten ze remmen en weer optrekken. Juist dan was er een verhoogde kans op storing aan de tandwielen. De Ford, Opel en Renault hadden de meeste problemen", herinnert Van Lingen zich.

Begin vakantie het drukst

De weekenden in de zomermaanden waren toptijden. "Vooral als de vakantiegangers vertrokken naar hun vakantiebestemming waren er veel pechgevallen. Dan haalden we tussen 7 uur 's ochtends en 24 uur middernacht zo'n 40 auto's van de snelweg. Soms werden we al om 5 uur 's ochtends gebeld. Daarnaast had ik ook mijn eigen klanten. In de garage repareerden we 72 auto's op zo'n weekend. We parkeerden dan de auto's op het Plein. Met drie man duwden we auto naar de garage, waar op hoogtijdagen soms wel 26 man rondliep." Het vervangen van een tandwiel duurde zo'n 2 uur, waarbij de eigenaren in Houten even gingen eten of wandelen."

De mensen van de ANWB kende hij goed. Ze kwamen uit de hele omgeving; Vianen, Montfoort, Amersfoort en Nieuwegein. Meestal waren er twee centralisten bij de wegenwachtpost. Daarnaast kwamen ook wegenwachters langs voor een kop koffie of om bij te praten.

Ook de wegenwacht deed zelf werkzaamheden, zoals het verwisselen van banden en andere kleine reparaties. "Als er onderdelen nodig waren, dan zorgde ik dat ik altijd de beste aanbieder was", zegt de commercieel ingestelde Van Lingen. "Misschien heb ik wel overgeïnvesteerd. Zo had ik 60 verschillende dynamo's en startmotoren op voorraad. Maar ik wilde geen nee verkopen en ik heb er geen spijt van."

Bermtoeristen

Van Lingen vertelt hoe het die jaren langs de snelweg er aan toeging. "Mensen maakten er een dagje uit van. Ze waren aan het picknicken in de berm langs de betonnen wegen en keken naar de passerende auto's". De snelweg had ook zijn gevaarlijke kanten. Op een donkere snelweg 's avonds had hij net een auto opgeladen, toen hij door een vrachtwagen met dronken chauffeur van achteren werd aangereden. Het bleef bij wat klachten in de nek en de spieren.

Rond 1970 worden de werkzaamheden voor de wegenwacht minder. "De auto's werden steeds beter en met mijn eigen garageklanten kreeg ik het steeds drukker", concludeert hij. In 1972 verhuisde de Houtense wegenwacht naar Lexmond. Op de plek van het wegenwachtstation werd knooppunt Lunetten aangelegd.

Label:

Houten Toen