• Vader Blokhuis op de Houtense Veerwagen (31 maart 1953).

    Familiearchief Blokhuis
  • Tijmen Blokhuis bij het kanaal en zijn ouderlijk huis op de achtergrond.

    Frank Magdelyns

De rijdende pont van Houten

Bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal halverwege de vorige eeuw, wordt het land van boeren in de polder Schonauwen in tweeën gesplitst. Een rijdende pont zorgt tussen 1949 en 1972 voor een verbinding over het kanaal, zodat de weilanden toch bereikbaar zijn. Tijmen Blokhuis bestuurt als zoon van de pontwachter regelmatig deze rijdende pont.

Frank Magdelyns

Blokhuis kan zich de veerwagen goed herinneren. "Mijn vader werkte bij Rijkswaterstaat. We verhuisden regelmatig, omdat hij elke keer ander werk had. In 1951 kwamen wij in Houten wonen, waar mijn vader pontwachter werd op de Houtense veerwagen. Ik was toen negen jaar."

Deze 'pont', zoals omwonenden de veerwagen noemen, reed over een railbaan van negen meter breed naar de overkant. Met een snelheid van drie kilometer per uur worden boeren, paard en wagen, fietsers en omwonenden in twee minuten overgezet. Wanneer koeien worden overgezet, moet de veerwagen worden schoongespoten.

OP TIJD REMMEN Zijn vader is een van de eerste pontwachters. Samen met een assistent wordt gezorgd dat overzetten altijd mogelijk is. In de zomer is de dieselpont tussen 4 en 22 uur beschikbaar en in de winter als de koeien op stal staan, wordt er minder gereden. Onder toeziend oog van zijn vader mag Blokhuis ook de pont besturen. "Het was de kunst om op tijd te stoppen, want je kon niet te hard tegen de steiger aan rijden. Dan zou hij kunnen ontsporen", vertelt Blokhuis.

Voor de pontwachter en zijn familie wordt door Rijkswaterstaat in 1947 een huis bij de pont gebouwd. "Het was een open vlakte waar we woonden. Er waren nauwelijks bomen. We hadden geen stromend water, geen telefoon en geen elektriciteit", herinnert Blokhuis zich. "Toen we er woonden is halverwege de jaren 50 telefoon aangelegd. We kregen toen een zwart bakelieten monster in huis."

Voor Tijmen Blokhuis was het wonen aan het kanaal fantastisch. "Ik zat altijd op het kanaal. Dat was in die tijd een stuk smaller dan tegenwoordig. We hadden een roeiboot van Rijkswaterstaat en een kano en een zeilboot van de slager die we mochten gebruiken. Er was in het begin weinig scheepvaart, maar dat werd steeds meer. Als er een boot langs kwam kreeg je flinke golven en dat was geweldig om overheen te varen. Ook vrienden van school kwamen graag."

Als pontwachter van Rijkswaterstaat moest je er ook representatief uitzien. "Mijn vader droeg een zwart uniform. In de zomer als het warm was, droeg hij een groen uniform en bij onderhoudswerkzaamheden een blauwe", zegt Blokhuis. "Dat was in die tijd heel normaal. Ook postbodes liepen in uniform", vult zijn vrouw Joke aan.

RAILBAAN ZAKT WEG Speciale herinneringen heeft Blokhuis aan het jaar 1956. Allereerst is er een strenge winter waardoor het kanaal bevroren raakt en bedekt is met een dikke laag sneeuw. Na de winter wordt de railbaan van de veerwagen vervangen. "Deze baan was verzakt. Het was gewoon niet goed aangelegd", zegt Blokhuis. "Ze hebben eerst geprobeerd de fundering te verstevigen, maar toen dat mislukte is het heiwerk in het voorjaar van 1956 opnieuw gedaan." Blokhuis toont een aantal foto's waarop is te zien dat de rails wordt gelicht door enkele kranen. Voor de passagiers is er een voetgangerspontje beschikbaar of er moet worden omgereden via de brug bij de Plofsluis.

In 1958 wordt vader Blokhuis overgeplaatst naar de Beatrixsluis in Vreeswijk. Andere pontwachters nemen het over. Steeds vaker wordt de veerwagen gebruikt voor recreatief verkeer, zoals puzzeltochten en autorally's. In 1972 rijdt de pont voor de laatste keer. "Rijkswaterstaat wilde van de pont af omdat het een steeds groter gevaar voor de toenemende scheepvaart werd. Bovendien was er door de ruilverkaveling er minder behoefte bij de boeren om overgezet te worden", stelt Blokhuis.

De Houtense veerwagen was niet de enige in Nederland. Ook elders langs het Amsterdam-Rijnkanaal reden ze, zoals in Oud-Diemen, Overdiemen, Nigtevegt, Baambrugge en Nieuwersluis. In totaal zijn er zeven voertuigen gebouwd en was er een reserve. De straatnaam Veerwagenweg herinnert nog aan deze periode.

Label:

Houten Toen